zoek

Visitatiecommissie prijst sterke band rijkscultuurfondsen met eigen sector

In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een visitatiecommissie het beleid en de dagelijkse praktijk van de zes rijkscultuurfondsen geëvalueerd: het Nederlands Filmfonds, Mondriaan Fonds, Fonds voor Cultuurparticipatie, Fonds Podiumkunsten, Nederlands Letterenfonds en Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. De evaluatie ging over de periode 2023–2025.

30 september 2026

De visitatiecommissie stelt vast dat de rijkscultuurfondsen elk een sterke band hebben met aanvragers, het eigen veld en de culturele sector. De commissie benadrukt het belang van een scherpe strategische positionering van de fondsen, gebaseerd op heldere beleidskaders van het ministerie. Hierdoor kunnen de specialistische kennis en signaleringsfunctie van de fondsen nog beter worden benut en krijgen zij meer ruimte om in het belang van de ontwikkeling van hun sector in te spelen op opkomende vraagstukken en veranderende omstandigheden. Ook kunnen zij impactsturing beter inzetten.

Voorzitter Inge Brakman: ‘De kracht van de fondsen ligt […] niet alleen in het zorgvuldig uitvoeren van regelingen, maar ook in hun verbinding met makers en de samenleving. De cultuursector is als geen ander in staat om te verbeelden, te bevragen en te verbinden.

Heldere verwachtingen

De commissie ziet kansen voor meer afstemming in vraagstukken die de grenzen van afzonderlijke sectoren (deels) overstijgen, zoals kunstmatige intelligentie en duurzaamheid. Ze is positief over de gemeenschappelijke aanpak in het Caribisch deel van het Koninkrijk, waar de fondsen onder meer via een meertalige website en specifieke regelingen, gemeenschappelijk hebben geïnvesteerd in zichtbaarheid, bereikbaarheid en ondersteuning. Ook ziet ze dat de werkvelden zijn verbreed en zowel de geografische spreiding als de diversiteit van de aanvragers bij alle fondsen is vergroot.

De commissie concludeert verder dat de communicatie van de fondsen is verbeterd door heldere verwachtingen te creëren bij aanvragers, zowel voorafgaand aan de aanvraag als bij het uiteindelijke besluit. Tegelijkertijd ziet ze dat de druk op de beschikbare middelen in combinatie met toegenomen verwachtingen richting de fondsen, binnen veel sectoren tot teleurstelling heeft geleid. Dit vraagt om keuzes over de prioritering van middelen en doelstellingen.

Over het Stimuleringsfonds

Ten aanzien van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie ziet de commissie een fonds dat zich de afgelopen beleidsperiode op meerdere fronten heeft ontwikkeld. Dit fonds voor vormgeving, architectuur en digitale cultuur heeft zijn positie in het ontwerpveld de afgelopen periode versterkt en maakt internationaal impact. Door samen te werken met scouts in alle regio’s van het Koninkrijk heeft het fonds belangrijke stappen gezet om toegankelijker te worden. Ook de samenwerking met andere fondsen en partners draagt bij aan een brede en diverse benadering van de sector. De organisatie heeft zich bovendien goed aangepast aan de sterk toegenomen werkdruk en heeft volgens de commissie een instrumentarium dat grotendeels goed functioneert, met name bij de open oproepen. Voor de komende periode ligt er vooral een kans om de positionering verder aan te scherpen, zodat degenen die werken in de ontwerpsector weten waarvoor ze bij het fonds terecht kunnen. Met heldere strategische keuzes, passende beoordelingssystematiek en blijvende aandacht voor inclusiviteit en sociale veiligheid kan het fonds zijn inhoudelijke rol en maatschappelijke betekenis verder versterken. We nemen dit mee in de plannen voor de komende beleidsperiode.

Aanvragers positief

In het visitatierapport zijn concrete aanbevelingen opgenomen waarmee het Stimuleringsfonds de komende tijd aan de slag gaat. Ook het aanvragersonderzoek dat het fonds in 2026 heeft laten uitvoeren levert waardevolle informatie op. Aanvragers zijn positief over de manier waarop het fonds experiment, onderzoek en talentontwikkeling stimuleert in de ontwerpsector. Verder blijkt dat driekwart van de aanvragers positief is over onze dienstverlening in 2023–2025. De positieve waardering wordt vooral gedreven door het fijne contact met behulpzame en deskundige medewerkers. Twee derde is tevreden over de aanvraagprocedure, hoewel hierover sinds 2025 ook een sterker kritisch geluid hoorbaar is. Een deel van de kritiek hangt samen met het in 2025 bij een aantal regelingen ingevoerde first-come-first-served-principe, dat onder aanvragers als stressvol en niet altijd eerlijk werd ervaren. Het fonds erkent de impact van dit systeem en is daarom in 2026 gaan werken met een lotingprocedure. Aanvragers zien daarnaast ruimte om de ontwerpinfrastructuur verder te versterken en ontwerpkracht te bevorderen bij maatschappelijke opgaven. Lees het aanvragersonderzoek.

Over de visitatiecommissie

De visitatiecommissie bestond uit Inge Brakman (voorzitter), Farid Tabarki, Irene Costera Meijer, Werner Schouten, Ann Overbergh en Maike Olij (secretaris). Het rapport van de visitatiecommissie is op 30 september in ontvangst genomen door Youssef Louakili, directeur-generaal Cultuur en Media op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Lees het visitatierapport.