zoek

Warp Weft Wool verbindt en vernieuwt Nederlandse en Indiase tradities

Wereldwijd dreigen lokale ambachten te verdwijnen, omdat productie verschuift naar lagelonenlanden. Voor Crafts Council Nederland is het daarmee gepaarde verlies van lokale eigenheid de aanleiding voor een gelijkwaardige internationale samenwerking. Binnen Warp Weft Wool onderzoeken Nederlandse ontwerpers en Indiase tapijtwevers samen hoe ze hun lokale tradities een nieuwe, maar bovenal eigen signatuur kunnen geven. Het project ontving steun vanuit de Regeling Internationalisering ontwerpsector. Deze staat weer open van 25 augustus 2026 15.00 uur CEST tot 22 september 16.00 uur CEST.

4 juni 2026

Een nieuwe samenwerking

In zowel Nederland als India gaan lokale tradities in textiel- en tapijtproductie verloren als gevolg van globalisering. Indiase tapijtwevers doen steeds vaker uitvoerend werk voor overzeese markten. Hierdoor staat de opvolging binnen het ambacht en daarmee de overdracht van technieken en innovatie onder druk. In Nederland is er juist veel ontwerpexpertise aanwezig, maar nemen vakmanschap en wolspinnerij sterk af doordat de productie is uitbesteed.

Crafts Council Nederland ziet met Warp Weft Wool een bijzondere kans voor Nederlandse ontwerpers en Indiase tapijtwevers om beide ambachtstradities een nieuwe impuls te geven binnen een ‘translokale samenwerking’. De aanpak verbindt lokale kennis aan een wereldwijd netwerk en kenmerkt zich door wat oprichter Marion Poortvliet omschrijft als 'learning by showing and doing.'

We gingen gelijkwaardig aan de slag met elkaars werkwijze, door bijvoorbeeld elkaars garen te gebruiken en elkaars methoden van ontwerpen of weven te proberen.
Werken met het weefgetouw. Fotografie: JAS&CAL voor Warp Weft Wool - Crafts Council Nederland

Met steun uit de regeling ging Poortvliet samen met ontwerpersduo JAS&CAL en ontwerper Rik van Veen naar India om samen te werken met de ambachtslieden van de coöperatie Raja Kilims in Rajasthan. Lipika Bansal, oprichter van Textiel Factorij, vervult een onmisbare brugfunctie met haar kennis van zowel de Nederlandse als de Indiase taal en cultuur en haar netwerk in de Indiase creatieve industrie.

De fysieke samenwerkingsperiode legt volgens Poortvliet een basis voor verdere uitwisseling: ‘We gingen gelijkwaardig aan de slag met elkaars werkwijze, door bijvoorbeeld elkaars garen te gebruiken en elkaars methoden van ontwerpen of weven te proberen.’ Ook levert het bestuderen van de Indiase wolketen inzichten op om in Nederland lokale wol te verwerken tot tapijtgaren.

Aan de slag met weven en ontwerpen

De Nederlandse ontwerpers leerden bij de coöperatie Raja Kilims over het technische proces achter de totstandkoming van het traditionele dhurrietapijt. De tapijten vallen op met hun geometrische vormen en zijn door de speciale weeftechniek omkeerbaar. Leider van de coöperatie Sharvan Prajapati leerde het vak van zijn vader en is 14e generatie dhurriewever. Omdat deze techniek van generatie op generatie wordt overgedragen, beschikken de wevers over unieke kwaliteiten waar Nederlandse makers, volgens ontwerpersduo JAS&CAL, ‘alleen van kunnen dromen.’

Jasmijn Wester en Calvin Kooiman van JAS&CAL werken in Nederland aan diverse textielprojecten, waarbij de focus ligt op techniek- en materiaalonderzoek. Bij Raja Kilims werden ze geïnspireerd door de verschillende tinten wol die voor Indiase tapijten samen tot een gemêleerd en sterk garen worden gesponnen. Terug in Nederland vroegen ze dan ook aan handspinner André Snoeijer om een serie garens in wisselende combinaties voor hen te ontwikkelen, dit keer van Nederlandse woltinten. ‘De subtiele onregelmatigheden en het natuurlijke ritme in de draad die tijdens het handspinnen ontstaan, geven ieder tapijt een unieke textuur en uitstraling,’ aldus JAS&CAL. Zo inspireert een traditionele Indiase werkwijze nieuwe mogelijkheden voor het spinnen van Nederlandse wol.

Omdat de techniek van generatie op generatie wordt overgedragen, beschikken de Indiase wevers over unieke kwaliteiten waar Nederlandse makers alleen van kunnen dromen.
Een dhurrietapijt op het weefgetouw. Fotografie: JAS&CAL voor Warp Weft Wool - Crafts Council Nederland

Ontwerper Rik van Veen haalde ook veel inspiratie uit de samenwerking met de ambachtslieden van Raja Kilims. Van Veen experimenteert met restmaterialen en zelfgebouwde machines om meubels en designobjecten te maken. ‘Al lang had ik de wens om met textiel en zachte materialen te werken,’ zegt Van Veen. ‘Warp Weft Wool gaf de concrete aanleiding om die stap eindelijk te zetten en technieken als handweven en naaien te verkennen.’ De kennis die Van Veen hierbij opdeed over de bewerkingstechnieken van garen tot tapijt zet hij nu in voor de constructie van een meubel dat volledig gemaakt is van Nederlandse wol.

Na de uitwisseling in India blijven de samenwerkingspartners feedback geven op elkaars werk via videobellen en het delen van foto's. Voor Sharvan Prajapati blijkt deze dialoog zeer waardevol, omdat het hem helpt bij het ontwikkelen van eigen en vrij werk naast zijn dagelijkse werkzaamheden voor de coöperatie. Zo experimenteert hij nu met de traditionele Indiase patronen door ze uit te vergroten en opnieuw te ordenen, waardoor ‘er een herkenbaar, maar ook vernieuwd design ontstaat.’ Op deze manier draagt Nederlandse ontwerpexpertise bij aan innovatie binnen Indiase ontwerptradities en pakken ambachtslieden de rol van ontwerper terug.

Experimenten met garen van gecombineerde Nederlandse woltinten. Fotografie: JAS&CAL voor Warp Weft Wool - Crafts Council Nederland

Een vervolg voor Nederlandse wol

Naast het uitwisselen van techniek en expertise bood het project ook de kans om in India inspiratie op te doen over de verwerking van lokale wol. Omdat Nederland een klein land is, zijn de mogelijkheden voor het verwerken van Nederlandse wol tot tapijtgaren beperkt. Dat een lokale tapijtenindustrie mogelijk is, bewijst de gemixte infrastructuur in India. Zo werken de tapijtwevers bij Raja Kilims met lokale wol, maar wordt in India ook veel met geïmporteerde wol geweven om aan de grote vraag van buitenlandse opdrachtgevers te voldoen.

Dat leverde een belangrijk inzicht op voor Nederland. Zo zou in Nederland het weven van de tapijten ook ‘lokaal geworteld kunnen zijn,’ zeggen JAS&CAL, ‘maar mag het spinnen van de Nederlandse wol ook op andere plekken in Europa plaatsvinden.’ Hier laat India aan Nederland zien dat een ambacht in samenwerking met nabijgelegen regio's lokaal uitgeoefend kan worden.

Crafts Council Nederland presenteert de resultaten van Warp Weft Wool tijdens de Dutch Design Week 2026. De organisatie hoopt op een vervolg van de tapijtexperimenten, bijvoorbeeld in samenwerking met de industrie. De makers blijven ondertussen experimenteren en elkaar inspireren: ‘we zijn nog lang niet uitgeleerd.’

Warp Weft Wool werd mede mogelijk gemaakt door de Regeling Internationalisering ontwerpsector van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. De Regeling Internationalisering ontwerpsector is opnieuw open van 25 augustus 2026 15.00 uur CEST tot 22 september 16.00 uur CEST.


Beeld bovenaan: Makers in gesprek bij Raja Kilims. Fotografie: JAS&CAL voor Warp Weft Wool - Crafts Council Nederland