zoek

Ontwerpend onderzoek is een cadeau dat je niet door de kamer moet smijten

Suzanne Potjer en Ivo de Jeu hebben een gedeelde missie: laten zien dat ontwerpend onderzoek een belangrijk instrument is bij het tackelen van de ruimtelijke opgaven waar we voor staan. Potjer doet dat vanuit de beleidskant, De Jeu vanuit de ontwerpkant. Samen komen we er wel, is hun devies. Maar de praktijk wijst uit dat je er wel een lange adem voor moet hebben. Hoe kunnen we de plannen uit het ARO-programma sneller laten landen in de praktijk? Een gesprek over ademruimte, botte bijlen en cadeaus waar je niet op zat te wachten.

17 september 2026

‘De verlamming in ons publieke domein is behoorlijk groot,’ zegt bestuurskundige en actie-onderzoeker Suzanne Potjer in de film Ruimte maken ((premiering on Friday, October 9 at AFFR). ‘We zitten op een aantal vlakken flink vast.’ Ze doelt op de noodzakelijk transities waar we voor staan en waar we nog maar mondjesmaat aan begonnen zijn. Maar ze staat in de film niet voor niets langs de oever van de Waal, vlak voor Nijmegen, waar de creatie van het eiland Veur-Lent al jaren geleden internationale lof oogstte. Hier, bij een kritieke flessenhals in de Waal groeide het project Ruimte voor de rivier uit tot het schoolvoorbeeld van succesvol ontwerpend onderzoek.

Trailer van film Ruimte maken, over hoe ontwerpend onderzoek uiteenlopende partijen samenbrengt om complexe ruimtelijke transities vorm te geven.

Lokaal ontwerp

Rijkswaterstaat had daar een solide technisch plan voor het verbeteren van de waterveiligheid, vertelt Potjer. Maar lokale partijen stelden daar in een creatief onderzoeksproces een veel beter idee tegenover, met een nevengeul en een aantrekkelijk eiland – Veur-Lent – in het midden. De betrokken ontwerpers waren in staat dat in een heel vroeg stadium goed te verbeelden. Mensen werden meegenomen in het geschetste eindbeeld, er werden lokale coalities gesmeed en de initiële onrust maakte plaats voor draagvlak. Potjer: ‘Dat leidde uiteindelijk tot een betere uitkomst dan de nationale overheid van tevoren bedacht had. Met niet alleen de gewenste lagere waterstanden, maar met ook veel meer ruimtelijke kwaliteit. Het is eigenlijk idioot dat we dit soort prachtige voorbeelden zo weinig reproduceren.’

Ingewikkeld proces

Maar waarom dan niet? ‘Het repertoire van de overheid schiet nog tekort,’ zegt Potjer. Als Chief Exploration Officer van Agenda Stad is zij uit op het vernieuwen van het bestuurlijke repertoire: ‘Ontwerpend onderzoek is een aanvullende methode, die nog niet overheidseigen is. Overheden zijn gericht op het beheersen van processen en willen zekerheid bieden. Maar met dat ‘doelmatige’ werken halen ze ironisch genoeg lang niet altijd hun doelen.’

De vrees voor ontwerpend onderzoek is dat het meer werk is en het ontwikkelproces nog ingewikkelder maakt dan het al was. En dat terwijl er zo’n haast is met tal van opgaves, zoals dat gapende gat op de woningmarkt. De experimentele verkenningen met tijdrovende participatietrajecten en onzekere uitkomsten worden nog vaak gezien als overbodige luxe, die we ons in deze tijd niet kunnen veroorloven.

De complexiteit van ontwerpend onderzoek moet je niet platslaan, maar omarmen. – Ivo de Jeu

Ademruimte

Die enorme druk op snelle oplossingen en beloofde productieaantallen speelt het ontwerpend onderzoek parten. ‘Het lastige is dat die druk vernauwend werkt,’ zegt Potjer. ‘Ontwerpend onderzoek geeft ademruimte. Zo’n project als Ruimte voor de rivier heeft laten zien dat je ook je doelen kunt halen – op tijd en binnen budget – als je die ademruimte wél neemt. En dat het zelfs beter kan uitpakken dan was voorzien.’

‘Gewoon doen dus,’ reageert Ivo de Jeu, programmamaker Architectuur van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. ‘De complexiteit van ontwerpend onderzoek moet je niet platslaan, maar omarmen. Accepteer dat het aan de voorkant wat ingewikkelder wordt en langer duurt, maar weet dat het aan de achterkant veel meer oplevert.’

Geslaagde voorbeelden

Via de open oproepen van het Actieprogramma Ruimtelijk Ontwerp spoort De Jeu ontwerpers aan om hun kunnen op dit vlak te laten zien. Zijn missie is zoveel mogelijk geslaagde voorbeelden van ontwerpend onderzoek de wereld in te slingeren, in de hoop dat ze door opdrachtgevers in de praktijk worden opgepakt. De afgelopen vijf jaar leverde de oproepen van het fonds meer dan 200 van die voorbeelden op. ‘Daarmee willen we laten zien wat er allemaal mogelijk is op ruimtelijk gebied. De politiek luistert als het goed is naar wat mensen willen, maar dan moet je wel weten wat je kúnt willen. Dat is waar de ontwerpende onderzoeker nu juist zo goed in is: in het verkennen en verbeelden van de mogelijkheden.’

Ontwerpend onderzoek binnen ARO-projecten: co-creatieve workshops (Studio DMAU), participatief ontwerp voor mobiliteitsknooppunten (Sprout) en gezamenlijke toekomstontwikkeling (OD205).

Met de botte bijl

Ademruimte scheppen dus, zeggen zowel Potjer als De Jeu. Daarin staan ze recht tegenover de suggesties van de adviesgroep STOER voor lagere plafonds, steilere trappen en minder daglicht om snel meer te kunnen bouwen. ‘Dat is hakken met de botte bijl,’ zegt De Jeu. ‘Dat is precies de nauwe blik waar ik het over had,’ zegt Potjer. ‘Sleutelen aan regeltjes om net wat meer woningen op een perceel te kunnen krijgen, levert alleen maar wijken op die weer heel snel gerepareerd moeten worden.’ Toch zien ze zich ook gesteund door de aandacht voor ontwerpend onderzoek in de nieuwe Nota Ruimte: ‘Er wordt erkend dat we voor allerlei transities staan, dat we slim moeten gaan combineren op de weinige vierkante meters die we hebben, en dat ontwerpend onderzoek daar een goed instrument voor is.’

Niet dichttimmeren

Potjer waarschuwt wel voor een bestuurlijke valkuil: ‘De regie weer pakken als nationale overheid betekent niet dat je alles van bovenaf moet gaan bepalen en dichttimmeren. Men is geneigd vanuit regels te gaan besturen, top down, het simpel te maken, te denken in abstracties. Dat is niet fout, we hebben overkoepelende kaders en doelen nodig, maar die vragen wel om lokale variatie. Het risico van zo’n nationale verordening is dat we beginnen met de grote dingen, kernenergie bijvoorbeeld. En dan gaan we het in de marge hebben over energiecoöperaties. Misschien moet dat wel andersom. Ruimte geven aan lokaliteit is essentieel, juist daar zijn antwoorden te vinden.’

Ruimte geven aan lokaliteit is essentieel, juist daar zijn antwoorden te vinden. – Suzanne Potjer

Gebiedsgerichte open oproep

Het goede nieuws is dat de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp wordt vervolgd met een nieuw programma dat hier naadloos op aansluit. De open oproepen worden nu gebiedsgericht in plaats van thematisch. De Jeu: ‘We gaan dit keer voor nog meer lokale impact.’ Hij verwacht dat de overgang van plannen naar praktijk daarmee makkelijker wordt. ‘Ik kijk uit naar voorstellen van multidisciplinaire coalities die dwars door de sectorale kokers heen kunnen breken. Wij bieden de condities, wij bieden vrije ruimte, kom maar op met je creatieve plannen waarmee je probleemeigenaren in je coalitie weet te trekken.’

Locaties die het rijk aanwijst voor grootschalige woningbouw in de Nota Ruimte.

Systeemverandering

De nieuwe open oproep die er dit jaar nog uit gaat, bevestigt dat het geen loze woorden zijn in de Nota Ruimte: er komt vanuit het rijk opnieuw een financiële impuls om ontwerpend onderzoek te stimuleren. Maar hoe lang moeten we dan nog doorgaan met het subsidiëren van een ontwerp- en ontwikkelmethode die vanzelfsprekend zou moeten zijn in de dagelijkse praktijk? ‘Je moet bij dit soort systeemveranderingen nou eenmaal een lange adem hebben,’ zegt De Jeu. ‘Vergeet niet dat het niet altijd concrete plannen zijn, het is ook een manier van denken die langzaam doorsijpelt.’

License voor verbreding

En misschien hoort zo’n subsidie van een onafhankelijke partij er wel gewoon bij. Het fonds is inhoudelijk autonoom en doet vanuit een positie tussen beleid en makers voorzetten om samen lastige transitieopgaves op te pakken. In het speelveld dat daarmee gecreëerd wordt, zitten betrokkenen nog niet in een typische opdrachtgever-opdrachtnemer-relatie. ‘Dat geeft een license om écht breed te kijken om écht die verbeelding in te stappen met processen die niet direct instrumenteel hoeven te zijn,’ zegt Potjer. ‘Door dat voldoende te blijven doen, zul je uiteindelijk invloed hebben op het bredere geheel.’

Mandje

Potjer heeft nog een laatste advies voor de beleidsmakers die misschien niet meteen weten waar ze zo’n traject zouden moeten inpassen. ‘Ik zou zo'n voorstel voor ontwerpend onderzoek ontvangen als een cadeau. Dat je die ontwerpkracht zomaar aangereikt krijgt! Alleen, cadeaus zijn zelden wat je zelf zou hebben gekozen. Ik moet ineens denken aan het fietsmandje dat ik als vijfjarige kreeg. Ik vond het tuttig en heb het door de kamer gesmeten. Zo gaf ik mezelf niet de kans om te ontdekken dat het stiekem heel handig was. Je moet iets eerst gaan gebruiken om te ontdekken wat je ermee kan. Dat geldt ook voor ontwerpend onderzoek. Dus nu zeg ik: zet dat mandje op je fiets en ga fietsen!’

Tekst Willemijn de Jonge